Vandaag volgde ik een schrijfcursus. Geïnspireerd door ‘Het Open Raam’ van Tomas Tranströmer  schreef ik dit -behoorlijk waargebeurde- verhaal:


Onmiskenbaar

Ik stond mij op een ochtend voor een open raam te scheren.

Eén verdieping lager hoorde ik het geluid van mijn scheerapparaat weerkaatsen —

het kwam van beneden, uit de tuin.

Dat was vreemd, zowel auditief als feitelijk.

Ik scheer mij met zeep, een kwast, een mes.

Of laat het doen.

Edoch, dit geluid was onmiskenbaar.

Na ampel beraad met mijn spiegelbeeld besloot ik op onderzoek te gaan.

Het geluid van een scheerapparaat kwam van beneden, uit de tuin —

zoveel was duidelijk.

Gekleed in niet meer dan een handdoekje daalde ik af.

Deur, trap, voordeur, tuin.

Onmiskenbaar: een auditieve kweeste.

Mijn oorschelpen stelden zich af op de juiste frequentie en,

met de precisie van een Tomahawk-raket,

wist ik de exacte locatie te bepalen.

Daar onder het raam, links van de bloempot,

onder de grond,

was een kabouter zich aan het scheren.

Zeker weten.

Zienswijze-gewijs

was het feit dat er een hommel met trillende vleugels

omhoog kwam uit de vers omgewoelde aarde

niet ondersteunend aan de feiten zoals hierboven genoemd.

De volgende ochtend stond ik een verdieping hoger

mij te scheren voor het open raam

en ik dacht:

“Dat wat het oog niet kan zien, kan het oor wel snappen.”